De jongensdroom
Als klein jongetje droomde ik vroeger altijd over voetballen in volle stadions over de hele wereld, seizoenenlang in bloedvorm zijn en op belangrijke momenten het verschil kunnen maken. Echter bleek al gauw dat deze jongensdroom bedrog zou zijn, wegens gebrek aan talent. Toen absoluut niet gebaseerd op enige vorm van zelfreflectie maar gewoon de keiharde realiteit.
Had ik dan geen enkel talent? Geen idee, iedereen heeft natuurlijk wel een talent. Iedereen is namelijk ergens goed in en wat minder goed in andere dingen. Maar toen ik wat jonger was stond ik daar natuurlijk nog niet bij stil. Op latere leeftijd kwam hier wel wat verandering in, ik ging namelijk een HBO studie volgen. En dan ook nog eens de studie facility management. Geen idee wat het was, maar je kon er alle kanten mee op. Tegenwoordig staan de HBO-studies in het teken van zelfreflectie, persoonlijke ontwikkeling en daarover vervolgens verantwoording afleggen tijdens assessments. Nou hierdoor heb ik zeker wel ontdekt waar ik goed in ben en waar wat minder goed in.
Uiteindelijk studeerde ik in juni 2007 af en had ik inmiddels een grote backpack vol met theorie en opgedane zelfkennis. Met die backpack op de rug ging ik eerst een paar maanden reizen. Een soort van sabbatical year, nou ja 10 maanden dan. In augustus 2008 kwam ik daarvan weer terug en stortte ik me vol overgave op de arbeidsmarkt. Crisis of geen crisis, werken zou ik. Aan doorstuderen had ik geen dringende behoefte. Ik had toch immers al genoeg theorie opgedaan?
Echter begon ik tijdens het solliciteren te twijfelen aan mezelf. Heb ik wel voldoende kennis vergaard in de afgelopen jaren? Weet ik wel echt waar ik goed in ben en waar minder goed in? Kan ik van toegevoegde waarde zijn voor mijn toekomstige werkgever? Heb ik specifieke kwaliteiten? Heb ik überhaupt wel talent? Bijna was daar weer de herinnering aan de vervlogen jongensdroom van vroeger, het voetballertje dat prof wilde worden. Nu wilde ik juist van afgestudeerd FM’er doorstomen tot aan de top. Ik begon me nu af te vragen of deze nieuwe jongensdroom wegens mogelijk gebrek aan talent zou uitlopen op een teleurstelling? Het ging nu immers om het ‘echie’. Geen stage meer of project, maar op zoek naar een ‘echte’ baan!
Inmiddels werk ik nu ruim een jaar en ben ik dolgelukkig met wat ik doe, wat ik kan en wat ik minder goed kan. Het facilitaire wereldje past bij me en ik zal er ook zeker altijd in blijven hangen. Maar soms… denk ik nog wel eens aan vroeger.
Nam Chun Melis